Mijn partner wil ook op het huurcontract staan maar de huisbaas zegt nee, wat nu?

Rechtsgebied (jurisdictie): Nederland • Rechtsgebied (vakgebied): Huur- en woonrecht • Verantwoordelijk redacteur: Cong Ho• Gepubliceerd 30 oktober 2026

Korte samenvatting

Ja, u kunt de rechter vragen om uw partner officieel medehuurder te maken. Omdat de verhuurder niet binnen drie maanden heeft gereageerd op uw verzoek, heeft u het recht om juridische stappen te ondernemen.

De situatie

Ik woon in Nederland in een appartement dat ik sinds twee jaar zelf huur. Sinds ongeveer anderhalf jaar woon mijn partner ook bij mij in huis. We vormen een echt stabiel stel en doen alles samen, maar mijn partner staat nog niet op het huurcontract. Vorige maand hebben we samen een officieel verzoek naar mijn huisbaas gestuurd om mijn partner als medehuurder te registreren, zodat we allebei rechten hebben op de woning. De huisbaas heeft echter helemaal niet gereageerd op ons verzoek. Nu maak ik me grote zorgen, want ik hoorde van een vriend dat de huisbaas de huur kan opzeggen omdat er een extra persoon in het huis woont zonder toestemming. Ik heb al geprobeerd om hem te bellen en een mailtje te sturen om te vragen waarom hij niks laat horen, maar ik krijg alleen maar een kort bericht dat hij het er niet mee eens is en dat ik gewoon mijn huur moet blijven betalen. We willen echt zekerheid dat we samen in dit huis kunnen blijven wonen. Wat zijn mijn mogelijkheden als de verhuurder na drie maanden nog steeds niks heeft gedaan of weigert om mijn partner officieel medehuurder te maken?

Uitgebreide analyse

In uw situatie heeft u een sterke juridische positie. U heeft namelijk al een verzoek gestuurd en de verhuurder heeft niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden schriftelijk ingestemd.

Volgens de wet kunt u in dit geval naar de rechter stappen. De wet bepaalt namelijk: "Indien op het gezamenlijk verzoek van een huurder en van een andere persoon die in de woonruimte zijn hoofdverblijf heeft en met de huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft... de verhuurder niet binnen drie maanden schriftelijk heeft verklaard er mede in te stemmen dat die andere persoon medehuurder zal zijn, kunnen de huurder en die andere persoon... gezamenlijk verzoeken dat de rechter zal bepalen dat deze persoon met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip medehuurder zal zijn"[1]. Dit betekent dat als u en uw partner een stabiele relatie hebben en samenwonen, de rechter de status van medehuurder kan afdwingen. Een duurzame gemeenschappelijke huishouding is een term voor een stabiele relatie waarin u samen een huishouden voert.

U hoeft zich ook geen zorgen te maken over het opzeggen van de huur door de verhuurder vanwege de extra persoon. De wet beschermt u hier tegen: "Nadat een verzoek aan de verhuurder als bedoeld in lid 1 is gedaan, kan een vordering tot ontbinding van de huur op de grond dat de huurder in strijd met hetgeen overeengekomen is, met een ander in de woonruimte een gemeenschappelijke huishouding heeft, niet meer worden toegewezen"[1]. Dit houdt in dat de verhuurder de huur niet kan opzeggen omdat u samenwoont nadat u het verzoek heeft ingediend.

Er zijn echter wel voorwaarden waaraan de rechter zal toetsen. De rechter kan het verzoek alleen afwijzen als uw partner bijvoorbeeld nog niet twee jaar in de woning woont, als het verzoek alleen bedoeld is om heel snel de positie van huurder te verkrijgen, of als uw partner financieel niet in staat is om de huur te betalen[1].

Let op: lokale regels zoals de Huisvestingswet kunnen invloed hebben op uw situatie.

Wettelijke bronnen

Wettelijke bron: Burgerlijk Wetboek Boek 7 (koop, huur, arbeidsovereenkomst) art. BW 7, art. 267 — Artikel 267
"Indien op het gezamenlijk verzoek van een huurder en van een andere persoon die in de woonruimte zijn hoofdverblijf heeft en met de huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft, alsmede van een medehuurder wanneer die er is, de verhuurder niet binnen drie maanden schriftelijk heeft verklaard er mede in te stemmen dat die andere persoon medehuurder zal zijn, kunnen de huurder en die andere persoon, alsmede een medehuurder wanneer die er is, gezamenlijk verzoeken dat de rechter zal bepalen dat deze persoon met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip medehuurder zal zijn."
Officiële wetgeving bekijken →
Wettelijke bron: Burgerlijk Wetboek Boek 7 (koop, huur, arbeidsovereenkomst) art. BW 7, art. 267 — Artikel 267
"Nadat een verzoek aan de verhuurder als bedoeld in lid 1 is gedaan, kan een vordering tot ontbinding van de huur op de grond dat de huurder in strijd met hetgeen overeengekomen is, met een ander in de woonruimte een gemeenschappelijke huishouding heeft, niet meer worden toegewezen."
Officiële wetgeving bekijken →

Belangrijke juridische disclaimer

Algemene juridische informatie, geen formeel juridisch advies. De informatie op LawAsked vormt geen formeel juridisch advies en creëert geen advocaat-cliëntrelatie. Hebt u juridische hulp nodig, raadpleeg dan een bevoegde advocaat in uw rechtsgebied.

Een vergelijkbare situatie?

Stel uw vraag over uw specifieke zaak aan de AI Lawyer-app.

Gerelateerde vragen